
In 2026 bevinden bedrijven zich in een landschap waarin wetgeving, technologische ontwikkelingen en internationale harmonisatie elkaar in hoog tempo opvolgen. Overheden zetten steeds sterker in op transparantie, efficiëntie en fraudebestrijding, wat leidt tot strengere regels en verplichte standaarden voor e-facturatie en realtime gegevensuitwisseling. Maar wat betekent dit concreet voor jouw organisatie?
In deze blog duiken we in de actuele wet- en regelgeving rondom digitale facturatie in 2026. We bespreken welke verplichtingen er gelden, hoe Europese initiatieven doorwerken in nationale wetgeving, en wat dit vraagt van jouw facturatieprocessen. Zo krijg je helder inzicht in waar je vandaag moet staan—en hoe je je voorbereidt op wat morgen komt.
1. Wat verstaat de wet onder digitale (elektronische) facturatie?
Volgens de Europese btw‑richtlijn (Richtlijn 2006/112/EG) wordt een elektronische factuur gedefinieerd als een factuur die elektronisch wordt uitgereikt en ontvangen, waarbij de authenticiteit van herkomst, de integriteit van de inhoud en de leesbaarheid zijn gewaarborgd. Sinds de herziening van deze regels is expliciet vastgelegd dat elektronische facturen juridisch gelijkwaardig zijn aan papieren facturen.
Om ervoor te zorgen dat e‑facturen automatisch verwerkt kunnen worden, heeft Europa de norm EN 16931 ingevoerd. Deze norm beschrijft een gestructureerd gegevensmodel waaraan een e‑factuur moet voldoen. Dit betekent dat niet elk digitaal document automatisch als e‑factuur geldt: ongestructureerde bestanden zoals PDF’s of gescande facturen voldoen niet aan deze definitie, omdat ze niet geschikt zijn voor geautomatiseerde verwerking.
2. Europese wetgeving: “VAT in the Digital Age” (ViDA)
Adoptie en juridische status
Het Europese wetgevingspakket VAT in the Digital Age (ViDA) is op 11 maart 2025 formeel aangenomen door de Raad van de Europese Unie. Dit pakket vormt een belangrijke stap in de verdere digitalisering van het Europese btw‑stelsel.
ViDA bestaat uit een richtlijn, een verordening en een uitvoeringsverordening, die gezamenlijk zorgen voor een meer uniforme en digitale aanpak van btw‑regels binnen de Europese Unie. Hiermee wordt niet alleen de efficiëntie vergroot, maar ook de basis gelegd voor verdere verplichtingen rondom elektronische facturatie en realtime rapportage.
Wat regelt ViDA concreet?
Volgens de Europese Commissie introduceert ViDA drie belangrijke pijlers die samen het btw‑stelsel verder digitaliseren. Zo worden digitale rapportageverplichtingen (Digital Reporting Requirements, DRR) ingevoerd die gebaseerd zijn op e‑facturatie. Daarnaast komt er een verplichting voor elektronische facturatie bij intra‑EU B2B‑transacties, en wordt het bestaande One‑Stop‑Shop‑systeem (OSS) uitgebreid om grensoverschrijdende btw‑aangiften te vereenvoudigen.
Specifiek voor e‑facturatie legt ViDA vast dat elektronische facturen de standaard worden voor grensoverschrijdende B2B‑transacties binnen de Europese Unie. Deze verplichting treedt in werking op 1 juli 2030. Daarbij moeten e‑facturen voldoen aan de Europese norm EN 16931, zodat ze geschikt zijn voor geautomatiseerde verwerking. Ook wordt een strakke termijn geïntroduceerd: facturen moeten uiterlijk binnen tien dagen na het belastbare feit worden uitgereikt.
3. Wat geldt er juridisch in 2026 op EU‑niveau?
In 2026 geldt op basis van de huidige, vastgestelde regelgeving een duidelijk maar nog niet volledig geharmoniseerd beeld binnen de Europese Unie. Sinds 2025 hebben lidstaten namelijk de mogelijkheid om zonder voorafgaande toestemming van de EU e‑facturatie verplicht te stellen voor binnenlandse transacties. Dit heeft geleid tot een groeiend aantal nationale initiatieven, waarbij landen in verschillend tempo overstappen op verplichte elektronische facturatie.
Tegelijkertijd is de verplichting voor grensoverschrijdende B2B‑transacties nog niet van kracht in 2026. Deze volgt pas op 1 juli 2030, wanneer e‑facturatie de standaard wordt voor transacties tussen EU‑lidstaten. Ook is er in 2026 nog geen sprake van een uniforme, EU‑brede verplichting voor e‑facturatie bij alle binnenlandse B2B‑transacties. Hierdoor blijft het speelveld voorlopig gefragmenteerd en afhankelijk van nationale wetgeving.
4. Nederlandse wetgeving: stand van zaken in 2026
B2G (Business‑to‑Government)
In Nederland is e‑facturatie wettelijk verplicht voor facturatie aan de overheid. Deze verplichting volgt uit EU‑richtlijn 2014/55/EU, die is geïmplementeerd in de Nederlandse Aanbestedingswet 2012. Sinds 1 november 2019 moeten alle Nederlandse overheidsinstanties gestructureerde e‑facturen kunnen ontvangen.
Voor leveranciers aan de rijksoverheid betekent dit concreet dat zij verplicht zijn om e‑facturen te versturen. Dit gebeurt doorgaans via het Peppol‑netwerk, dat zorgt voor een veilige en gestandaardiseerde uitwisseling van factuurgegevens tussen bedrijven en overheidsorganisaties.
B2B (Business‑to‑Business)
Voor binnenlandse B2B‑transacties geldt in Nederland in 2026 nog geen wettelijke verplichting tot e‑facturatie. Bedrijven zijn dus vrij om hun facturatieproces zelf in te richten. Wel is e‑facturatie toegestaan op vrijwillige basis, mits de afnemer hiermee instemt. In de praktijk betekent dit dat veel organisaties al gebruikmaken van elektronische facturen, maar dat dit nog niet algemeen verplicht is gesteld.
Tegelijkertijd kijkt de Nederlandse overheid nadrukkelijk naar de toekomstige invoering van de Europese ViDA‑regels. Er wordt onderzocht hoe en wanneer deze moeten worden geïmplementeerd in nationale wetgeving. Een definitief besluit over een mogelijke verplichting voor e‑facturatie bij binnenlandse B2B‑transacties is echter in 2026 nog niet genomen, waardoor bedrijven voorlopig te maken blijven houden met een vrijwillig regime.
5. Digitale rapportage en real‑time btw‑data
In 2026 kent Nederland nog geen nationale verplichting voor real‑time btw‑rapportage. Bedrijven zijn dus niet verplicht om transactiegegevens direct of vrijwel direct aan de Belastingdienst door te geven op basis van hun facturatie.
De digitale rapportageverplichtingen die voortkomen uit het Europese ViDA‑pakket zijn op dat moment bovendien nog beperkt in scope. Deze richten zich uitsluitend op grensoverschrijdende transacties binnen de EU en worden pas gefaseerd ingevoerd vanaf 2030.
Daarbij geldt dat de rapportage zal plaatsvinden op basis van de gegevens uit e‑facturen, wat opnieuw onderstreept dat gestructureerde e‑facturatie een centrale rol krijgt in de toekomstige btw‑processen.


